Pieter Brueghel

Wie was Brueghel?
Pieter Brueghel de Oude (Breda of Bree (onzeker), circa 1520 – Brussel, 9 september 1569) was een Vlaamse kunstschilder. Hij was de vader van Pieter Brueghel de Jonge en van Jan Brueghel de Oude. Men denkt dat Brueghel  dichtbij het huidige Bree in Belgisch-Limburg (vroeger Brede, Brida, Breda genoemd) geboren is. Het is ook mogelijk dat hij in Breda in Nederlands Noord-Brabant geboren is. De naam van Bruegel wordt ook vaak geschreven als Brueghel, zoals ook zijn beroemde zoons en kleinzoon heten. De schrijfwijze zonder H werd door Pieter Brueghel van 1559 tot zijn dood gebruikt. Zijn bijnamen zijn Boeren-Brueghel, Vieze Brueghel en Peer den Drol.

503px-Pieter_Bruegel_the_Elder_-_The_Painter_and_the_Buyer,_1565_-_Google_Art_Project
 
Biografie
Over zijn geboorte is niets bekend. Deskundigen houden het, op grond van recente opzoekingen, bij een geboorte rond 1520. Brueghel werd in 1546 in het Antwerpse schilders gilde opgenomen, en werd leerling van Pieter Coecke van Aelst. Brueghel maakte in 1551 of 1552 een reis naar Italië, waar hij vooral landschappen schilderde.Tot 1559 maakte hij vooral gravures en prenten (ontwerpen voor wandtapijten). In 1559 komt er plots een totale ommekeer: Brueghel gaat nog enkel schilderen. Het ene meesterwerk volgt snel een ander op.

Rond 1563 verhuisde Brueghel van Antwerpen naar Brussel, waar hij de dochter van Coecke huwde, Mayken. Gedurende zijn Brusselse periode gebruikte Breughel verschillende landschappen uit het nabijgelegen Pajottenland, zoals het kerkje van Sint-Anna-Pede (nu behorend tot Dilbeek) als achtergrond voor de “Parabel van de blinden”. Een grote, kleurechte en weerbestendige reproductie daarvan staat sinds 2004 bij dat kerkje. Nog 11 gelijkaardige reproducties staan langs een wandeling van 8 km; ze werden gekozen omdat ze herkenbare elementen uit de streek bevatten of omdat het landschap “Pajottenlands” is. Daarnaast staan nog 8 andere reproducties langsheen een fietsroute in Dilbeek. Wandeling en fietsroute hebben als startpunt het kerkje van Sint-Anna-Pede.
 
Werk
Onder invloed van Van Aelst schilderde Brueghel in Mechelse stijl, met veel allegorieën, bijvoorbeeld in scènes uit het boerenleven. Brueghel schilderde later ook taferelen geïnspireerd op de klassieke oudheid en bijbelse taferelen. Zo zijn er twee schilderijen van de Toren van Babel. Eén hangt in Wenen, het andere in Rotterdam in het Museum Boijmans Van Beuningen.Over Brueghel doen allerlei verhalen de ronde. Zo zou hij volgens Carel van Mander vaak incognito het platteland hebben bezocht om het boerenleven gade te slaan; vandaar ook zijn bijnaam ‘Boerenbruegel’. Andere bronnen menen dat hij wel eens ketterse sympathieën zou gehad hebben, wat hij op verdoken wijze in zijn schilderijen zou verwerkt hebben. Noch het eerste, noch het tweede is bewezen. Feit is dat het oeuvre van Brueghel, weliswaar verder bouwend op tradities à la Jeroen Bosch, uniek is.Brueghel is ongetwijfeld de meest volledige landschapsschilder van zijn tijd; niemand anders schilderde de natuur, in de loop van de seizoenen, zo natuurlijk, krachtig, precies en veelzijdig. Hij maakte geen “foto”, geen realistische nabootsing, maar “componeerde” een landschap en vreemde elementen (rotsen, water) tot een universeel of kosmisch tafereel. Maar details waren wel fotografisch juist: hedendaagse oogartsen herkennen bijvoorbeeld nog de verschillende oogziekten waaraan zijn “blinden” leden. Alle bouwtoestellen aan de twee Torens van Babel zijn perfect nauwkeurig. Brueghel was ook een groot vernieuwer, zeker van de landschapsschilder- kunst.Nu wordt algemeen aangenomen dat Brueghel erg getroffen was door het armoedige en harde bestaan van de plattelandsbevolking; een bijnaam “volkse Brueghel” zou juister zijn dan “Boerenbrueghel”. Opvallend is dat zelfs op zijn “boerenbruiloft” en “boerendansen” niemand lacht. Hij was zeker katholiek maar ook humanist en ongenadig bekritiseerde hij de geloofsvervolging in vele werken o.a. door galgen in het landschap op te stellen en daar vaak eksters (roddelaars, verraders) aan toe te voegen.

BruegheliaansBG

Brueghel heeft amper 10 jaar intensief geschilderd en men vermoedt dat hij maar een vijftigtal werken heeft geschilderd, alle van uitzonderlijke kwaliteit. De machthebbers van toen hebben dat blijkbaar goed begrepen. Vooral na zijn dood steeg zijn faam pijlsnel: de machtigste kringen wedijverden met elkaar om werken te bemachtigen. Op die manier zijn ze over de wereld verspreid geraakt; in eigen land zijn er slechts enkele gebleven.

Meer geschiedenis vindt op: Wikipedia

 

 Schilderijen van Pieter Brueghel

Boerendans
Geschilderd in 1568.

De boerenbruiloft
Geschilderd in  1568.

Aanbidding der wijzen in de sneeuw
Geschilderd in 1576.

Aanbidding der wijzen
Geschilderd tussen 1556 en 1562.

Aanbidding der wijzen
Geschilderd in 1564.

Christus op het meer van Tiberias
Geschilderd in 1553.

De alchemist

De bekering van Paulus
Geschilderd in 1567.

De bruidsdans
Geschilderd in 1566.

De kleine toren van Babel
Geschilderd in 1563.

De kreupelen
Geschilderd in 1568.

De kruisdraging
Geschilderd in 1564.

De misantroop
Geschilderd in 1568.

De moord op de onnozele kinderen
Geschilderd in 1566.

De nestenrover
Geschilderd in 1568.

De oogst
Geschilderd in 1565.

De pelgrim

De prediking van Johannes de Doper
Geschilderd in 1566.

De sombere dag
Geschilderd in 1565.

De storm
Geschilderd in 1568.

De toren van babel
Geschilderd in 1563.

De triomf van de dood
Geschilderd in 1562.

De val der opstandige engelen
Geschilderd in 1562.

De val van Icarus
Geschilderd in 1558.

De verzoeking van Sint Antonius
Geschilderd in 1557.

De volkstelling te Bethlehem
Geschilderd in 1566.

De zelfmoord van Saul
Geschilderd in 1562.

Dorpsleven
Geschilderd in 1608.

Dulle griet
Geschilderd in 1562.

Ekster op de galg
Geschilderd in 1568.

Het gevecht tussen vasten en vastenavond
Geschilderd in 1559.

Het luilekkerland
Geschilderd in 1567.

Het parabel van de blinden
Geschilderd in 1568.

Hoofd van een boerin
Geschilderd na 1564.

Jagers in de sneeuw
Geschilderd in 1565.

Kinderspelen
Geschilderd in 1560.

Nederlandse spreekwoorden
Geschilderd in 1559.

Parabel van de zaaier
Geschilderd in 1557.

Terugkeer van de kudde
Geschilderd in 1565.

Twaalf spreekwoorden
Geschilderd in 1558.

Twee aapjes
Geschilderd in 1562.

Winterlandschap
Geschilderd in 1565.

Zicht op Napels
Geschilderd in 1558.